Afgelopen week was ik aan het werk. De ochtendspits was vol in gang, en op Leiden Centraal neem ik de trein van een collega over om richting Rotterdam Centraal te gaan.
Omdat het voor Leiden erg druk was, en nu inmiddels al iets minder, besloot ik gelijk even door de trein te lopen, en te kijken waar er nog plekken vrij waren. Zodat ik de mensen op de balkons kon vertellen waar ze eventueel nog konden zitten.

Op het 1e balkon aangekomen zie ik, op de fiets plek die 3 zitplaatsen inneemt, een fiets staan. Er staan best wat mensen omheen, maar op mijn vraag van wie de fiets was kwam geen antwoord.
Ik besloot een omroep te doen, in zowel Nederlands als Engels aan de eigenaar van de fiets, met het verzoek naar de fiets toe te komen. Minutenlang gebeurt er niets. De lange jongeman naast de fiets maakt nog de opmerking “geloof niet dat de fiets zo belangrijk is voor de eigenaar”
Ik besloot nog een omroep te plaatsen. Wederom in het Nederlands en in het Engels. Maar dit keer gaf ik aan dat als de eigenaar van de fiets zich niet bij me zou melden, de fiets dan misschien wel op Laan van Noi zou achterblijven. Nu heb ik dat echt nog nooit gedaan. En zou dat ook niet doen, maar het helpt (bijna) altijd wel om de eigenaar tevoorschijn te toveren.

Zo ook nu. Iets geïrriteerd komt er een Engels sprekende man naar mij toe, die direct vraagt waarom ik mijn zo druk maak om een fiets.
Ik legde hem uit dat fietsen in de spits niet zijn toegestaan. En dat zijn fiets nu de plek van 3 personen inneemt, waar zij zouden kunnen zitten. Op mijn balkon stonden er zeker al 6 mensen.
Meneer gaf aan dat hij al vanaf Amsterdam in de trein zat. En probeerde de aandacht van zijn fiets af te leiden door aan te geven dat er meer fietsen stonden, en waarom ik me met zijn fiets bezig hield. Netjes gaf ik aan dat dit de eerste fiets is die ik tegen kwam, en ik straks wel weer verder zou gaan. En gaf hem aan dat hij op het volgende station uit kon stappen met de fiets, en dan een trein later, na de spits, weer verder kan reizen.

Meneer werd boos, en probeerde mij met een indringende blik van mijn standpunt af te brengen en kwam tegelijk ook steeds dichterbij staan.
Op dat moment, zie ik in mijn ooghoek de lange jongeman achter mij, ook dichterbij komen staan. Dichterbij mij, dichterbij de situatie. En op den duur staat hij bijna naast me.

Ik vroeg de eigenaar van de fiets om afstand te houden en vroeg ook om zijn fietsticket. Deze had hij niet. En vond het maar belachelijk dat dat nodig was. Omdat ik het gesprek toch enigszins wil ombuigen, gaf ik hem aan dat hij dan het beste op het volgende station (laan van NOI) bij de automaat even een fietskaart kan gaan kopen. Omdat ik deze alleen tegen een hoger tarief (+50) kan schrijven. Een Uitstel van Betaling dus, met wettelijke verhoging. En dat doe ik liever niet.

Ondertussen komen we Laan van NOI binnen. De deuren gaan open, en weer probeert de man met zijn intimiderende blik, mij van mijn standpunt af te laten stappen. Rustig wijs ik hem naar de open deur, en vertel hem dat de automaat buiten het station staat.
Hij stormt naar boven, later blijkt om zijn tas te halen, en ik maak van deze tijd gebruik om mijn machinist in te lichten dat we even moeten wachten tot de reiziger met fiets de trein heeft verlaten.
Tegelijk zegt de vriendelijke jongeman iets in de trend van “als hij wat probeert, dan ben ik er hoor”
Gelukkig, is het niet nodig. De man stormt met zijn fiets boos de trein uit en staat nog even wat na te schelden op het perron. Ik wens hem een prettige dag verder.

Als ik me omdraai nadat we weer zijn gaan rijden, kijken de meeste mensen op het balkon me aan met een verwarde blik. Eigenlijk, de blik die ze het hele incident gehad hadden. Ze zien het gebeuren, maar je ziet op hun gezicht, dat ze zichzelf liever onzichtbaar hadden gemaakt. Of naar het volgende balkon geteleporteerd.
Maar die ene jongeman, kijkt me met de meest vriendelijke glimlach aan en op zijn gezicht staat bijna in goud omrande letters geschreven “ik ben er voor je als je hulp nodig hebt” En ik geloof oprecht dat hij bovenop die man had gesprongen als hij ook maar 1 vinger naar me uitgestoken had.
Dank je wel, zeg ik oprecht dankbaar tegen hem.
Nu is dat natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Dat weet ik, en dat begrijp ik zeker. De meeste mensen zijn, vaak terecht, bang dat ook zij slachtoffer kunnen worden zodra ze proberen te helpen. Of er iets van zeggen.
Nu was mijn visie op deze situatie, dat de man met de fiets, in een rustigere trein, met minder mensen op dat balkon zeker meer had gedaan als nu. Dat straalde hij uit, je voelde de spanning gewoon om hem heen hangen. De jongeman en ik waren het daar samen over eens toen we nog even stonden na te praten. Dus iedereen heeft er door er te zijn aan bijgedragen dat deze situatie niet escaleerde.

En toch ben ik juist die jongeman die achter en naast me kwam staan het meest dankbaar. Hij was er actief voor me, en gaf mij het gevoel dat ik er niet alleen stond. En dat heeft geholpen. Zijn eigen uitstraling naar die man, maar ook het effect dat dat heeft op mij. De rust die ik er op dat moment van krijg zorgt er mede voor dat mijn woorden en acties steviger overkomen. En stukje extra zelfvertrouwen, zekerheid welke je in zulke situaties echt nodig hebt. Want voor niemand is zo’n situatie comfortabel. Ook niet als je iedere dag tegen dit soort gedrag, of erger, aan loopt als conducteur.

Nu ben ik heus wel zeker van mezelf, en sta enorm stevig in mijn schoenen. Laat me zelden uit het veld slaan of intimideren door een vuile blik of lelijke woorden. De meeste woorden heb ik al te vaak gehoord. Erg vindingrijk zijn ze meestal niet. Maar net dat beetje extra steun helpt. Het gevoel dat er letterlijk iemand achter je staat. En woorden die dat ondersteunen.
Dank je wel jongeman, jij hebt laten zien dat het ook anders kan. Jouw steun in die situatie was voor mij goud waard. Jouw woorden van steun hebben mijn dag weer mooi gemaakt. En heeft ervoor gezorgd dat een vervelende situatie in mijn hoofd werd omgedraaid naar een enorm fijne ervaring.

Diezelfde dag, heb ik dezelfde steun weer doorgegeven. Een paar collega’s in 1 van onze Albert Heijn to go winkels hadden in hun winkel last van 2 winkeldieven. Ik zag dat deze jonge medewerkers even niet wisten wat te doen. Ik ben bij ze gebleven, en heb ze geholpen in de winkel. Ik zag aan hun gezicht dat ze mijn hulp net zo waardeerden als ik die van de jongeman in die trein. Ik ben pas weer weg gegaan, toen die personen ook waren vertrokken. En heb naderhand onze V&S collegas ook nog even ingelicht, incl signalementen, zodat het in de briefing meegenomen kon worden.
Als iedereen nu een beetje goud waard zou zijn voor een ander, kunnen we met zijn allen grote stappen zetten naar een veiliger openbaar vervoer voor iedereen. En met iedereen, bedoel ik ook echt iedereen. Help elkaar, kijk naar elkaar om, ga naast iemand staan of geef zelfs alleen maar even een bemoedigende blik. Meld als je kan melden. Help als je durft en kunt helpen. Iedere klein stapje is er 1. En iedere stap vooruit, is een verbetering.


Plaats een reactie