22:30 Den Haag Centraal

Als op een gewone zaterdag avond, bewegen talloze reizigers zich door de stationshal. Van en naar de treinen, naar buiten richting de Koningskermis, de poortjes door om naar hun trein te komen. De poortjes uit omdat ze hun bestemming al hebben bereikt.
Het enige dat verraad dat er op dit moment iets anders is dan anders, is een cameraploeg die zich over het station verplaatst, tussen de reizigers door, en een groepje NS collega’s, in uniform en in burgerkleding dat zich op een rij voor de gesloten Kiosk in de hal heeft gepositioneerd. Machinisten, conducteurs, medewerkers van Veiligheid en Service, servicemedewerkers en een aantal leerling conducteurs van het ROC, als collega’s zij aan zij.
Wij staaN Stil. 3 minuten. In deze 3 minuten staan er op Den Haag Centraal geen treinen in de planning om te vertrekken, dus, ook zoals op iedere zaterdag avond, staan de treinen stil. Ons uitzicht op de poortjes strekt zich uit naar trein naar Groningen van 22:33 en de trein naar Rotterdam Centraal van 22:39, die naast elkaar op Spoor 10 en 9 staan.
22:32 naar de poortjes voor ons loopt een drietal jonge heren, van plan om 1 van de 2 treinen te nemen waar wij op uitkijken. Zouden ze naar Leiden willen? Naar Zwolle, Gouda, Groningen of Rotterdam? Geen idee. Wat we wel weten, is dat 1 van hen niet wil of kan betalen voor zijn reis. En heel behendig loopt hij nog even snel achter 1 van zijn maten aan de poortjes door.
Ik kijk opzij, en de 3 collegas van Veiligheid en Service lopen gemoedelijk richting de poortjes. Achter de 3 heren aan. En als we even later, met zijn allen een paar stappen opzij zetten, zien we vanaf een afstandje dat ze met de 3 heren, op het perron naast de trein richting Rotterdam staan.
De sfeer, rustig. Maar ook de cameraploeg heeft het tafereel klaarblijkelijk opgemerkt, en slaan de hele situatie dan ook gade. Met de camera erop gericht. En de sfeer onder de collega’s naast me ? Vooral ongeloof. Hoe kun je denken dat op dit moment, met bijna een klein peleton aan NS-ers naast je, het te proberen valt om er zo mee “weg te komen”. Vast niet iemand die dit dagelijks doet.
De heren komen na een aantal minuten, en na hun trein voor hun neus te hebben zien wegrijden, enigszins gepikeerd terug lopen de stationshal in. Dit keer allemaal door uit te checken. Want ook de 3e heeft inmiddels een kaartje. Iets duurder, dat wel. En ze besluiten nog even iets langer in Den Haag te blijven. De volgende trein gaat immers pas over een half uurtje.
Langzaam komt alles weer opgang wat tot stilgestaan was gebracht. En de groep collega’s bedankt elkaar voor de steun en de aanwezigheid.
We zijn een familie op het spoor. Maar ook, verwant aan alle andere collegas in het openbaar vervoer. En zelfs, aan elke andere tak, die met handhaven of hulpverlenen belast is.
We stonden stil, op Den Haag een minuut korter dan gepland, maar 2 minuten langer als we graag zouden willen. Want wij willen, dat iedere collega zoals hierboven beschreven, na zijn dienst gewoon weer ongeschonden naar zijn of haar gezin toe kan, of naar hun familie en vrienden.
Als je dan leest, dat er in eens stilstaande trein elders in het land, 2 collega’s in de trein werden belaagd, geïntimideerd, zij het uitschot van de maatschappij werden genoemd, en ze ondersteuning moesten vragen van onze V&Sers, besef je dat de boodschap voor sommigen niet helemaal overkwam, en waarschijnlijk nooit over zal komen.
En dat begrijpen we, we snappen dat agressie nooit helemaal weg zal zijn. Maar het enige dat wij willen is dat de vriendelijkheid en de lach op ons gezicht blijft. En ook op die van u. En deze er iedereen dag weer voor kan zorgen dat u, lieve reiziger, weer veilig en op tijd op uw plaats van bestemming aan komt. Zo zien wij het ook het liefst. En als dat even niet lukt, dat u zich in ieder geval beseft dat wij ons uiterste best doen. Voor u, maar ook voor onszelf.
Niemand wil zichzelf dag in dag uit hoeven afvragen of je weer thuis komt, zoals je op je werk verschenen bent. Of zoals ik van de week op EenVandaag zei ‘Als ik tegen mijn gezin ‘tot vanmiddag’ zeg, moet dat een belofte kunnen zijn.’

En niemand wil hoeven nadenken over welke collega misschien een keer niet thuis zal komen. Want zo voelen wij het.
En als wij ons niet veilig voelen, kunnen we onmogelijk voor uw veiligheid zorgen. Want zoals iedereen altijd geleerd wordt : je eigen veiligheid gaat voor. En zo hoort het ook te zijn. En toch, weet ik zeker, dat die hele familie van OV medewerkers, hulpverleners & handhavers uw veiligheid vaak naar die 1e plek toe schuift.
Want wij werken met ons hart. Een hart voor iedereen die op ons pad komt. Ongeacht wie je bent, waar je vandaan komt, en zelfs ongeacht of je een kaartje hebt voor je reis. Zolang wij met respect behandeld worden, krijg je dit respect terug. Kaartje, of niet. En als je je eens een keer zo gedraagt dat je bijvoorbeeld fatsoensnormen of huisregels overtreedt en je wordt er op aangesproken, krijg je met een vrolijke glimlach een oprechte “dank je wel! Fijne reis nog!” nadat je je excuseert. Want dat, is wat we willen. Een fijne reis. Voor u, voor ons.

Plaats een reactie